Bedankt voor het doorgeven van uw telefoonnummer.
U wordt zo spoedig mogelijk teruggebeld.

Update 7 mei 2020 Special Maatregelen Coronavirus

Update 7 mei 2020 Special Maatregelen Coronavirus

Special Maatregelen Coronavirus

Update 7 mei 2020

Inleiding

In deze update praten wij u bij over:

  • Aanpassingen NOW-regeling

  • TOGS en verklaring afgescheiden privé- en zakelijk adres

  • Verhoging vrije ruimte voor 2020 en thuiswerkfaciliteiten

  • Extra steun voor sportverenigingen

Aanpassingen NOW-regeling

Aanpassing concernregeling

Het kabinet heeft de aangenomen motie in de Tweede Kamer opgevolgd en de concernregeling aangepast. Het is sinds 5 mei 2020 toegestaan dat individuele werkmaatschappijen van een concern subsidie voor hun loonkosten aanvragen op basis van de omzetdaling van de werkmaatschappij - in plaats van op concernniveau - als er bij het concern sprake is van minder dan 20% omzetdaling. Uit een accountantsverklaring zal moeten blijken dat er sprake is van minder dan 20% omzetdaling op concernniveau en dat er sprake is van ten minste 20% omzetdaling op het niveau van de werkmaatschappij. De omzetdaling wordt uitgedrukt in hele procenten en afgerond naar boven. Vervolgens bepaalt de hoogte van de omzetdaling bij de werkmaatschappij de hoogte van de NOW-subsidie. Voor concerns die een omzetdaling van ten minste 20% hebben, geldt dat zij gewoon gebruik kunnen maken van de hoofdregel, waarbij de omzetbepaling bepaald wordt op concernniveau. Voor hen geldt deze afwijkingsmogelijkheid niet.

Let op!

Het moet gaan om dezelfde referentieperioden: maart-april-mei, april-mei-juni of mei-juni-juli. Als verschillende werkmaatschappijen van het concern apart aanvragen zullen zij ook dezelfde periode moeten opgeven. Dit geldt niet voor het percentage aan omzetverlies.

Voorwaarden

Aan de afwijkingsmogelijkheid zijn de volgende voorwaarden verbonden:

a. de subsidieaanvraag - het voorschot - is gedaan na 5 mei 2020;

b. het is geen personeels-bv. Personeel-bv’s moeten altijd uitgaan van omzetdaling op concernniveau;

c. de werkgever handelt in overeenstemming met een overeenkomst over werkbehoud, die hij voorafgaand aan de subsidieaanvraag is aangegaan - inclusief dagtekening - met de belanghebbende verenigingen van werknemers. Zijn die er niet, dan met een andere vertegenwoordiging van werknemers. Bij werkmaatschappijen met minder dan 20 werknemers volstaat een akkoord van een vertegenwoordiging van werknemers;

d. het groepshoofd (met consolidatieplicht artikel 2:406 BW) of de moedermaatschappij (artikel 2:24a BW) verklaart voorafgaand aan de aanvraag dat over 2020 geen dividenden aan aandeelhouders zullen worden uitgekeerd of bonussen - waaronder mede begrepen winstdelingen – aan de Raad van Bestuur en directie van het concern en de rechtspersoon of vennootschap waarop dit artikel wordt toegepast. Ook verklaart zij voordat de aanvraag wordt ingediend dat er geen eigen aandelen zullen worden ingekocht door de rechtspersonen binnen de groep tot en met de datum van de vergadering, waarin de jaarrekening wordt vastgesteld in 2021. Met dividend worden gelijkgesteld andere winstuitkeringen aan derden buiten de groep;

e. de andere rechtspersonen of vennootschappen binnen een groep voeren geen opdrachten of projecten uit die ten koste kunnen gaan van de rechtspersoon of vennootschap, waarvoor de omzetdaling met toepassing van dit artikel wordt bepaald; en

f. de omzetdaling van de groep bedraagt minder dan 20% in de gekozen meetperiode. Aanvragen die eerder dan 5 mei 2020 zijn ingediend, zijn uitgegaan van een omzetdaling van minstens 20% op concernniveau, komen niet in aanmerking voor deze wijziging, omdat de voorwaarde is dat het concern minder dan 20% omzetdaling heeft. Wat nu als er bij de aanvraag van het voorschot een omzetdaling van ten minste 20% voor het concern opgegeven, terwijl dat in werkelijkheid minder blijkt te zijn? In dat geval kan - gelet op voorwaarde a - niet alsnog een aanvraag worden ingediend voor een werkmaatschappij.

Geen werkzaamheden overdragen aan andere werkmaatschappijen van het concern De andere werkmaatschappijen mogen geen opdrachten of projecten uitvoeren die ten koste gaan van de werkmaatschappij, die de subsidie aanvraagt, die dit normaal gesproken zou uitvoeren en die voor die andere werkmaatschappij afwijkend zijn. Het is dan ook niet toegestaan in of over de meetperiode op een laat of later moment opdrachten om te boeken naar een andere werkmaatschappij. Dit betekent dat de subsidievragende werkmaatschappij geen (gebruikelijke) werkzaamheden mag overdragen aan andere werkmaatschappijen binnen het concern. Dit geldt voor de werkzaamheden behorende tot de omzet van de subsidievragende werkmaatschappij - zoals opgenomen in de jaarcijfers 2019 - of, als deze cijfers ontbreken, de jaarcijfers 2018.

Correctie omzetdaling bij uitlening werknemers

Als werknemers van de werkmaatschappij in het subsidietijdvak activiteiten ondernemen bij een andere entiteit binnen het concern, moet bij de vaststelling van de subsidie de omzetderving van de werkmaatschappij worden verlaagd met de daaruit voortvloeiende (theoretische) omzet. Dit voorkomt dat door schuiven met personeel de loonkosten, die bij andere werkmaatschappijen via die omzet gedekt worden, voor financiering in aanmerking komen. Deze personen zijn immers gewoon aan het werk voor het concern en de omzet en resultaten van die activiteiten komen ook toe aan het concern (en de aandeelhouders). Voorwaarde is dat de grondslagen en normale procedures voor uitlening niet aangepast mogen worden. Voor deze berekening wordt uitgegaan van de omzet per loonkosteneenheid, zoals deze in de werkmaatschappij in 2019 is gegenereerd. Aanvullend personeel (dus geen vervanging) dat pas sinds februari 2020 verloond wordt, telt hier niet bij mee (daar kan namelijk ook geen subsidie voor worden ontvangen). Indien een werkmaatschappij de omzet al op deze manier corrigeert via facturering en men aan deze voorwaarde voldoet, hoeft de omzetdaling natuurlijk niet dubbel te worden gecorrigeerd. Dit wordt door de accountant onderzocht.

Toerekening mutatie voorraden gereed product aan omzet werkmaatschappij

Dit beperkt het risico van schuiven met voorraden. Bijvoorbeeld: een productie-bv produceert goederen en verkoopt deze normaal direct aan de verkoop-bv. In de meetperiode houdt de productie-bv die goederen in voorraad, met een lagere omzet tot gevolg. Dat leidt ertoe dat de omzetdaling toeneemt, terwijl de activiteiten niet of slechts beperkt afnemen. Daarom wordt deze bijzondere voorwaarde voorgesteld voor werkmaatschappijen. De accountant zal onderzoeken of de werkmaatschappij dit heeft gedaan in de omzetberekening.

TOGS en verklaring afgescheiden privé- en zakelijk adres

Eén van de voorwaarden voor de TOGS-uitkering van € 4.000 is om ten minste één vestiging op een ander adres te hebben dan het privéadres of een verklaring van de eigenaar dat hij/zij een vestiging heeft die fysiek is afgescheiden van de privéwoning en die een eigen opgang of toegang heeft. Uitgezonderd zijn horecaondernemingen met SBI-code 56.10.1, 56.10.2 en 56.30 en ambulante handel met de SBI-codes 47.81.1, 47.81.9, 47.82, 47.89.1, 47.89.2, 47.89.9, 49.39.1, 49.32, 50.30, 85.53 of 93.21.2 (waaronder markthandelaren, taxibedrijven, auto- en motorrijscholen, touringcar operators, kermisexploitanten en binnenvaart, zoals passagiersvaart en veerdiensten). Bij deze ondernemingen mag het privéadres van de eigenaar wel gelijk zijn aan het vestigingsadres.

Bewijsstukken

De eigenaar moet bij de verklaring bewijsstukken meezenden waaruit blijkt dat hij/zij een vestiging heeft die fysiek is afgescheiden van de privéwoning en een eigen opgang of toegang heeft. Dat kan een zakelijke huur- of koopovereenkomst van de vestiging zijn of een foto die de eigen opgang goed in beeld brengt. De bijlage mag maximaal 10mb zijn in de volgende formaten: doc, docx, txt, csv, xls, xlsx, pdf, jpg, jpeg, odt of ods.

Verhoging vrije ruimte voor 2020 en thuiswerkfaciliteiten

De vrije ruimte voor de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom per werkgever is eenmalig en tijdelijk verhoogd van 1,7% naar 3% voor het jaar 2020. Voor het bedrag boven € 400.000 geldt nog steeds 1,2%. De vrije ruimte wordt dus met maximaal € 5.200 verhoogd. Dat biedt mogelijkheden aan werkgevers die daar de ruimte voor hebben, om hun werknemers in deze moeilijke tijd extra tegemoet te komen. Bijvoorbeeld door het verstrekken van een bloemetje of een cadeaubon. Maar de extra ruimte kan ook worden benut voor thuiswerkfaciliteiten.

Thuiswerkfaciliteiten

Voor wat betreft de thuiswerkplek, zijn er 4 fiscale mogelijkheden:

  1. Noodzakelijkheidscriterium

Vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen van gereedschappen, computers, mobiele communicatiemiddelen en dergelijke apparatuur zijn gericht vrijgesteld, als deze voldoen aan het noodzakelijkheidscriterium. Onder ‘dergelijke apparatuur’ vallen ook de internetverbinding thuis, de printer en -cartridges.

  1. Arbovoorzieningen

Arbovoorzieningen in de werkruimte thuis zijn gericht vrijgesteld als deze volgen uit de arboverplichtingen van de werkgever. Belangrijke voorwaarden bij deze vrijstelling zijn dat de werkgever geen eigen bijdrage van de werknemer vraagt en dat de inrichting van de thuiswerkplek is opgenomen in het arboplan van de werkgever. Onder arbovoorzieningen vallen bijvoorbeeld een ergonomisch bureau en ergonomische stoel, maar ook verlichting.

  1. Hulpmiddelen

Hulpmiddelen die de werknemer ook buiten de werkplek op kantoor (bijvoorbeeld thuis) kan gebruiken en die hij voor 90% of meer zakelijk gebruikt, zijn gericht vrijgesteld. Dit kan gelden voor computers, laptops, mobiele telefoons, iPads en gereedschappen die op zich niet noodzakelijk zijn, maar die de werknemer wel voor ten minste 90% zakelijk gebruikt.

  1. Vrije ruimte

Een vergoeding van de kosten die de werknemer maakt om thuis te werken (denk aan extra gas, water en elektriciteit, koffie, thee en dergelijke), is niet gericht vrijgesteld of op nihil gewaardeerd. De vergoeding kan wel worden aangewezen als eindheffingsbestanddeel en ten laste komen van de vrije ruimte.

Vergoedingen voor de thuiswerkplek

Er zijn meerdere mogelijkheden om het gebruik van de thuiswerkplek onbelast te vergoeden:

  1. Computers, mobiele communicatiemiddelen en dergelijke apparatuur

Vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen van gereedschappen, computers, mobiele telefoons en dergelijke apparatuur zijn onbelast, als u in redelijkheid kunt stellen dat deze voorzieningen noodzakelijk zijn voor een behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking. De internetverbinding thuis, de printer en cartridges vallen onder ‘dergelijke apparatuur’.

  1. Inrichting van de werkplek

Het gaat dan bijvoorbeeld om een ergonomisch bureau en ergonomische stoel, maar ook om verlichting. Deze Arbovoorzieningen in de werkruimte thuis zijn onbelast als deze volgen uit uw arboverplichtingen. Belangrijk is dat u geen eigen bijdrage van de werknemer vraagt en dat de inrichting van de thuiswerkplek is opgenomen in uw arboplan.

  1. Computers, laptops, mobiele telefoons, iPads

Hulpmiddelen die de werknemer ook buiten de werkplek op kantoor (bijvoorbeeld thuis) kan gebruiken en die hij/zij voor 90% of meer zakelijk gebruikt, zijn onbelast. Dit kan gelden voor computers, laptops, mobiele telefoons, iPads en gereedschappen die op zich niet noodzakelijk zijn, maar die de werknemer wel voor ten minste 90% zakelijk gebruikt.

  1. Gas, water en elektriciteit, koffie en thee

Een vergoeding van de kosten die de werknemer maakt om thuis te werken, denk aan extra gas, water en elektriciteit, koffie, thee en dergelijke kunt u ten laste brengen van de vrije ruimte.

Extra steun voor sportverenigingen

Voor de sportsector komt € 110 miljoen extra ondersteuning beschikbaar. Daarvan gaat € 90 miljoen naar ruim 11.000 sportverenigingen om huur ‘kwijt te schelden’ over de periode 1 maart tot 1 juni 2020. De huur vormt de grootste kostenpost voor veel verenigingen. De resterende € 20 miljoen gaat naar sportverenigingen met een eigen accommodatie. Deze verenigingen hebben te maken met omzetverlies en doorlopende lasten en komen vaak niet voor andere rijkssteun in aanmerking. Per sportvereniging gaat het om een eenmalige tegemoetkoming van maximaal € 2.500.

Wij hopen u met bovenstaande weer iets meer duidelijkheid te hebben gegeven over de getroffenmaatregelen.

Voor aanvullende vragen kunt u uiteraard contact met ons opnemen! Wij staan voor u klaar en helpen u graag verder.